Er zijn van die honden die gek zijn op ballen. Je kent ze vast wel.

Hier in de buurt is er ook zo één. Het baasje loopt rond met zo’n oranje werpstok en de hond blijft haar tijdens de wandeling maar toeblaffen: “Ach toe, nog één keer dan”. Als het baasje de stok boven haar hoofd naar achteren zwiept stuift de buurhond al weg. Nog voordat de bal door het luchtruim suist.

Op een sukkeldrafje

Mijn Roef heeft er niet zoveel mee. Oké als ik in het bos eens een tennisbal gooi dan gaat hij er achteraan, soms zelfs op een sukkeldrafje. Hij raakt de stilgevallen bal dan met z’n neus aan en dat is het. Terugbrengen? Ho maar. Hij heeft het op cursus wel geleerd hoor en hij snapt precies wat ik bedoel. Maar ja, waarom zou je zo’n harige bal in je bek nemen om enthousiast terug rennen naar de baas?

Iets fluorescerend geels

Kapotte tennisballen? Dat is andere koek. Elke kapotte tennisbal in het bos, maar dan ook echt élke, weet hij te traceren.

Struint hij heerlijk door de bosjes, komt hij er weer uit met iets fluorescerend geels in z’n bek. Of hij staat verwoed met z’n kop te schudden, met een deel van het gele ‘huidje’ van de bal tussen z’n tanden. Het stuk rubber slaat hem daarbij dan om de oren. Of hij probeert het gele jasje van de bal los te trekken van de rubberen ondergrond. Toen hij jonger was stond hij ook nog vrolijk op de stukken rubber te kauwen en moest ik uitkijken dat hij het niet echt opat (sowieso snap ik die kapotte tennisballen in het bos niet).
Maar mocht Roef, naast huishond, nog een carrière ambiëren? Hij zou zomaar in dienst kunnen komen bij de boswachterij. Als ballenjongen van het bos.

Pin It on Pinterest

Share This